Energielabel voor huizen moet eindelijk gezaghebbend document worden

Een woning verkopen zonder energielabel is er vanaf dit jaar niet meer bij. Om burgers aan dat idee te laten wennen, krijgt elk huis een voorlopig energielabel opgeplakt.

Door: Tjerk Gualthérie Van Weezel

Vandaag krijgen 500 duizend huizenbezitters in Zuid-Holland het ‘voorlopige energielabel’ van hun woning op de mat. In de vijf weken daarna volgen 4,5 miljoen koophuizen in de rest van Nederland. Het label geeft de eigenaars een idee van de energieverbruik van hun huis. Een A voor goed geïsoleerde, moderne huizen met dubbel glas en liefst nog een zonnepaneel op het dak. En een G voor tochtige monumenten met enkel glas en een snorrende gaskachel. Dit postbombardement maakt deel uit van nieuw beleid dat het energielabel voor huizen per 2015 eindelijk tot een gezaghebbend document moet maken. Want hoewel iedereen die een koelkast of auto koopt inmiddels volledig gewend is om naar de energieprestatie te kijken, is dat voor huizen sinds de invoering in 2008 totaal niet gelukt.

Terwijl met huizen wel veel milieuwinst valt te boeken. Met duizenden lekken de joules door dunne muren, vloeren, kieren en gaten weg uit vooral oudere woningen. Ongeveer een kwart van de CO2-uitstoot van Nederlanders is terug te voeren tot de bebouwde omgeving, terwijl er al huizen bestaan die geen energie kosten maar opleveren. Maar energiebesparing is duur, verdient zich zeer langzaam terug en is weinig sexy. Wie een paar duizend euro kan verspijkeren kiest eerder voor een nieuwe keuken dan voor schelpen in de kruipruimte. Onder die desinteresse leidt het energielabel een tot nu toe sluimerend bestaan.

Verplicht
Dat moet vanaf nu dus veranderen. De brieven met de labels springen bij de gemiddelde huizenbezitter het meest in het oog. Maar de grootste verandering zit hem in het feit dat sinds 1 januari een ‘definitief’ label verplicht is bij elke huizenverkoop. Wie een huis verkoopt zonder definitief label, kan een boete van 405 euro krijgen. De eerste boete werd, breed uitgemeten in de media, vorige week al uitgedeeld.

Dat het ministerie alle huizenbezitters van Nederland op de hoogte stelt van een label dat formeel geen enkele status heeft, is niets meer dan een bewustwordingscampagne. ‘We hopen dat het voorlopige label nieuwsgierig maakt en dat mensen er zo achter komen hoe ze hun huis van label E naar B kunnen krijgen’, zei de verantwoordelijk ambtenaar afgelopen dinsdag.
De antwoorden op zulke vragen zijn te vinden op de site energielabelvoorwoningen.nl. Daar is ook te controleren of het ministerie wel de juiste sticker heeft geplakt. Dat oordeel is namelijk alleen gebaseerd op openbare informatie uit het kadaster, zoals het type woning en het bouwjaar. Iedereen die zijn huis verkoopt, moet de informatie op die site controleren en ‘definitief’ maken.

Hoewel de techniek nog lang niet in alle gevallen vlekkeloos schijnt te werken, is de procedure in principe simpel. Met DigID log je in. In een simpele module staat weergegeven op basis van welke aannamen het voorlopige label tot stand is gekomen. Als het ministerie er ten onrechte vanuit is gegaan dat er in de ramen op de slaapkamers enkel glas zit, is dat gemakkelijk aan te passen. De site behandelt tien kenmerken van het huis, waarbij direct is te zien welke consequentie een antwoord heeft voor de hoogte van het label. Om het label na het invullen van de website om te zetten van ‘voorlopig’ naar ‘definitief’ moet de huiseigenaar de aanpassingen laten goedkeuren door een ‘deskundige’, die ook direct via de site te vinden is. Daarbij moet hij bewijsmateriaal meesturen, zoals een foto van de zuinige cv-ketel of een rekening van de zonnepanelen die geplaatst zijn. De kosten van de controle variëren van enkele tientjes tot ruim honderd euro.

Kritiek
Er is afgelopen maanden de nodige kritiek gekomen op de procedure voor het nieuwe label, vooral van makelaars en taxateurs. Het is een fluitje van een cent om foto’s op te sturen van andermans geïsoleerde kruipruimte of een rekening voor een super zuinige cv-installatie, zeggen zij. Bij het ministerie verwachten ze juist weinig fraude omdat een nieuwe eigenaar de aangeleverde gegevens gemakkelijk kan controleren. Heb je gelogen, dan sta je als verkoper in je hemd en loop je het risico op een schadeclaim. Ook op de experts die de labels moeten goedkeuren, is toezicht, verzekert het ministerie. De Inspectie voor Leefomgeving en Transport, die ook de boete van maximaal 405 euro oplegt, controleert of zij hun werk goed doen.

In Den Haag verwachten de ambtenaren niet dat huizenbezitters de komende maanden massaal definitieve labels gaat aanvragen. Dat zullen de meesten pas doen wanneer het moet dus bij de verkoop van de woning. Maar ze hopen wel dat mensen op de site gaan kijken en door het beantwoorden van de vragen begrijpen wat zij kunnen doen om hun huis energiezuiniger te maken.

Ook de website verbeteruwhuis.nl van Milieu Centraal kan daarbij helpen. Die rekent uit wederom nadat enkele vragen zijn beantwoord welke energiebesparende maatregelen de huiseigenaar het best zou kunnen nemen. Daarbij wordt uitgelegd wat de maatregel inhoudt, wat de kosten ervan zijn en hoeveel het ongeveer op de energierekening scheelt. Vloerisolatie op de begane grond, bijvoorbeeld, bespaart veel energie en in de winter trekt de kou niet langer via de voeten in het lijf. Ook voor het isoleren van spouwmuren en daken is het rendement op de investering hoog.

Aangezien de energielabels van huizen openbare informatie zijn, is de hoop bij Milieu Centraal dat ook bouwbedrijven er hun voordeel mee zullen doen. Ze kunnen huiseigenaren met lage labels benaderen om hen erop te wijzen hoe ze met betaalbare investeringen veel op hun energierekening kunnen besparen.

De grootste vraag blijft natuurlijk of huizenbezitters gevoelig zijn voor al die informatie. Dat zal komende maanden blijken.

Dit bericht is geplaatst in Duurzame Energie. Bookmark de permalink.